Bijlage 0.1 Inclusieversneller

Download deze bijlage als PDF:
233028_SWV R&G_bijlage 0.1 v3.pdf

d.d. 08-12-22

Inclusieversneller

Omdat samen opgroeien ook samen onderwijs betekent

Het Netwerk LPO, LECSO, het SBOwerkverband, de Sectorraad PrO, de Sectorraad SWV VO en het Platform VMBO-basis/kader.

januari 2020

Samen vertrekken

In het voorjaar van 2019 hebben het Netwerk LPO, LECSO, het SBOwerkverband, de Sectorraad SWV VO, de Sectorraad PRO en Stichting Platforms VMBO gewerkt aan een strategische agenda, in het belang van jongeren in een kwetsbare positie. Vanuit een gemeenschappelijk gevoeld belang zijn deze netwerkpartners vertrokken en hebben zij met elkaar onderzocht welke gezamenlijke uitgangspunten, thema’s en intenties er kunnen worden gedeeld en leidend zijn voor een gezamenlijke strategische agenda. De energie en de overeenstemming zijn groot en het thema inclusie bindt iedereen. Als je het aan het onderwijs vraagt, dan staan hieronder dé uitgangspunten mét agenda en uitwerking voor het samen optrekken in de regio.

Inclusie bindt iedereen

Onder inclusie verstaan wij dat daar waar mogelijk alle leerlingen zoveel mogelijk onder één aansturing en waar mogelijk binnen één en dezelfde school hun onderwijs kunnen volgen, als ware het een ‘drie milieu voorziening’. Onderwijs, jeugdhulp, zorg en vrije tijd zijn ín en om de school georganiseerd. De betrokken partners werken nauw samen aan de ontwikkeling van jongeren, voor zover dit al geen onderdeel uitmaakt van het eigen curriculum. Als er al een onderscheid moet worden gemaakt tussen leerlingen, dan gebeurt dat op basis van ondersteuningsbehoeften in plaats van op ‘labels’. Daar ligt de gemeenschappelijke focus. Er wordt gedifferentieerd binnen een bij voorkeur zo geïntegreerd mogelijke setting. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van leerlingen (ontwikkelrecht) waardoor zij naar vermogen kunnen meedoen, samen leren én leven in de eigen buurt en wijk of (deel) van een gemeente. De aanpak en strategie worden op het niveau van de regio afgesproken.

Maatwerk in het belang van gelijke behandeling en normalisatie

Verschillen in ontwikkelingsmogelijkheden worden geaccepteerd en er wordt gezorgd voor maatwerk. Tegelijkertijd blijft er gewerkt worden aan gelijke behandeling van iedereen. Het recht op ontwikkeling en de kwaliteit van de ondersteuning gaat daarbij, indien mogelijk, hand in hand met thuisnabijheid.

Passend onderwijs als continue inspanningsverplichting voor de regio

Het werken aan passend onderwijs zien de netwerkpartners als een continue inspanningsverplichting, met het belang van meer inclusie als maatschappelijke opdracht. De diversiteit in onze samenleving vraagt hierom. Iedereen is welkom, hoort erbij en kan meedoen.

Een strategische agenda voor de regio

Een strategische agenda geeft een stimulans, focust op het ‘samen optrekken’ en kan voor doorbraken zorgen in de regio. Dáár werken de samenwerkingsverbanden van schoolbesturen, hun samenwerkende partners van gemeenten, de kinderopvang en de zorg samen. De verbinding met zorg (zorgkantoor en verzekeraars) wordt bovenregionaal en waar nodig, landelijk afgesproken. De agenda maakt het verschil in het samen beantwoorden van de vraag ‘wat kinderen en hun ouders/verzorgers nodig hebben’ én voor de innovatie en verbreding van het dekkend netwerk.

Samen optrekken

Op de route

Er wordt samengewerkt aan een efficiënte, eenduidige ‘route’ (van signalering tot een passend aanbod voor iedereen) zonder onnodige bureaucratie. Dit betekent concreet dat:

  • Schoolbesturen omarmen het ontwikkelrecht van iedere leerling binnen hun samenwerkingsverband en voelen zich collectief verantwoordelijk voor iedere leerling in hun samenwerkingsverband.
  • In de scholen worden de arrangementen en programma’s bedacht, gemaakt en waar mogelijk uitgevoerd, die jongeren nodig hebben om zich naar vermogen te kunnen ontwikkelen.
  • Onderwijs, jeugdhulp en zorg in combinatie, zij werken altijd samen, ín school of op een andere locatie.
  • Er wordt altijd geluisterd naar de stem van de jongere, het kind en de ouders/ verzorgers, in alle ondersteuningsfases en bij iedere beslissing.
  • Er gaat geen jongere langer dan maximaal drie maanden niet naar school, zonder een passend aanbod.
  • Doorzettingskracht over de domeinen heen, kan een impasse doorbreken, maar dient vooral preventie, integraal werken en het vroeger signaleren te prikkelen.
  • Het voorbereiden en inleiden op arbeid met stages en andere activerende interventies, vraagt voor het vso, Pro en (v)mbo de betrokkenheid van (potentiële) werkgevers en gemeenten die dit willen ondersteunen.

Voor het dekkend netwerk

In de regio’s is er sprake van een flexibel continuüm van (ambulant) onderwijs en ondersteuning (onderwijs, jeugdhulp en zorg), het continuüm, het dekkend netwerk:

  • De basisondersteuning legt een bodem in het dekkend netwerk en faciliteert het preventief, integraal werken en de vroeg-signalering op het niveau van de school en (een deel van) de gemeente(n)/de wijk.
  • Met elkaar wordt er gewerkt aan de innovatie en verbreding van het dekkend netwerk, de spreiding van expertise, het onderwijsaanbod, een flexibele in- en uitstroom en worden wachttijden voorkomen.
  • Brede integrale samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en zorg op alle niveaus is voorwaardelijk voor het doorontwikkelen van specialismen en het doelgericht inzetten van noodzakelijke specialisten ‘on the spot’.
  • Onderwijs- en behandeldoelen versterken elkaar, de ‘hokjes’ mogen weg. De erkenning van bestaande en elkaars expertise én de bereidheid om van elkaar te leren, kenmerkt een regionale aanpak.
  • De grens tussen onderwijs en zorg wordt opgeheven in het belang van een continuüm, waarbij zorg en onderwijs in verschillende verhoudingen worden aangeboden.

Samen wérken

Een collectieve verantwoordelijkheid

Het papier is geduldig, maar de praktijk niet. Jongeren hebben de samenwerking nodig, die de inspanningsverplichting voor passend onderwijs geeft. Dit versnelt het werken aan inclusie. De gezamenlijke netwerkpartners, nemen een collectieve verantwoordelijkheid binnen de landelijke coalitie (onderwijs, zorg & Jeugd). Ze dragen deze uit en ‘steken de nek uit‘ in de tweeënveertig jeugdhulp regio’s van het land. Een regionale netwerkaanpak bindt de keten, helpt doorgaande lijnen en de voorbereiding op arbeid.

De (jeugdhulp) regio initieert, jaagt aan en verbindt de eigen ambities en vragen met de werkende praktijk, die zich op verschillende plaatsen in de eigen en aanpalende regio’s, laat zien. Het zijn de netwerkpartners zelf die de samenwerking faciliteren, zij maken het bijbehorend actieplan en zorgen ervoor dat goede voorbeelden worden gedeeld en geïnitieerd. Op plaatsen waar dat nu nog niet het geval is, nemen de netwerkpartners hun verantwoordelijkheid. De netwerkpartners volgen elkaar tijdens de bijeenkomsten met de J- 42 en spreken elkaar aan op rol en gedrag dat nodig is om de samenwerking te versterken.

Concrete plannen voor 2019-2020

Op basis van bovenstaande uitgangspunten vormen het Netwerk LPO, de Sectorraad SWV VO, LECSO, het SBOwerkverband, de Sectorraad PRO en het Platform VMBO een beweging om in nauwe samenwerking met de relevante samenwerkingspartners als PO-, VO- en MBO-raad concreet invulling te geven aan inclusiever onderwijs. Zij doen dat door in het schooljaar 2019-2020 in die samenwerkingsverbanden waar nog geen zichtbare samenwerking tussen het regulier en gespecialiseerd onderwijs aanwezig is, ‘goede voorbeelden’ van fysieke samenwerking te realiseren.

(Rand)voorwaarden

Het realiseren van actuele ambities en het werk aan de ontwikkeling van jongeren in een kwetsbare positie mag niet ‘onder druk’ staan van voorspelbare tekorten in de portemonnee, die het gevolg zijn van een stapeling van negatieve effecten (‘negatieve verevening’, ‘krimp’, ‘leerrecht voor ieder kind’ vereenvoudiging bekostiging, nieuwe bekostiging voor lwoo en pro, enz., enz.) en van ons systeem. Een nieuw ontwerp voor de financiering van het funderend onderwijs, met misschien wel één budget en verantwoording achteraf, zou in ieder geval ruimte kunnen geven.

  1. Inclusie is een werkwoord.
  2. Onderwijs, jeugdhulp, zorg en vrije tijd moeten zoveel mogelijk in en om de school georganiseerd worden.
  3. Er wordt een ondersteuningsbehoefte geformuleerd, geen label geplakt.
  4. Wij leren samen, bij voorkeur in een zo geïntegreerd mogelijke setting.
  5. Leerlingen hebben een ontwikkelrecht.
  6. Alle bij de jeugd betrokken partijen moeten samen optrekken.
  7. Er moet voor een eenduidige route naar een passend aanbod worden gezorgd.
  8. En dat is geen bureaucratische route.
  9. Er wordt geluisterd naar kinderen, jongeren en hun ouders.
  10. Muren tussen hokjes worden geslecht.

Het Netwerk LPO, LECSO, het SBOwerkverband, de Sectorraad PrO, de Sectorraad SWV VO en het Platform VMBO-basis/kader.

Bijlage 2.1 Overzicht samenwerkende schoolbesturen

Download deze bijlage als PDF:
233028_SWV R&G_bijlage 2.1 v1 Overzicht samenwerkende schoolbesturen

Bijlage 2.1 Overzicht samenwerkende schoolbesturen

d.d. 08-02-23

Overzicht samenwerkende schoolbesturen

Bevoegd gezag Nr. bestuur
Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs Rhenen 23337
Stichting voor Christelijk Speciaal Basisonderwijs voor Barneveld en omgeving 25897
Stichting Hervormde Scholen te Voorthuizen 30673
Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Lunteren 31204
Stichting Katholiek Onderwijs Veluwe-Vallei 31237
Edese Schoolvereniging-Ede 33151
Vereniging Tot Stichting En Instandhouding Van Scholen Met De Bijbel Te Bennekom 33645
Stichting Montessorischool Veenendaal 40207
Stichting De Onderwijsspecialisten/Arnhem 40631
Cordeo Scholengroep 40945
De Passie 41142
Stichting Christelijk Primair Onderwijs voor Veenendaal en omgeving 41154
Stichting Monton 41226
Stichting Pallas 41246
Stichting Protestants Onderwijs Gelderse Vallei 41337
Stichting Jan Hein Donnerschool 41450
Stichting Trivium 41460
Stichting Partners Primair Onderwijs De Link 41461
Stichting Eem-Vallei Educatief 41481
Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland (Wereldkidz) 41496
Vereniging voor Primair Christelijk Onderwijs De Viermaster 41621
Stichting Proominent (Primair Openbaar Onderwijs) in Ede 41674
Stichting Al Almana scholen 41820
Gewoon Speciaal Onderwijs 41879
Stichting voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs Ede e.o. 42587
Schoolvereniging voor Basisonderwijs in Wageningen 62818
Stichting Hervormde Scholen Veenendaal (Onderwijsgroep Gave scholen) 70085
Stichting Hervormde Scholen de Drieslag 83579
Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs te Garderen, Stroe en Kootwijkerbroek 84423
Vereniging tot Stichting en Instandhouding van Scholen met de Bijbel te Lunteren 87920
Wageningse Schoolvereniging 98190

 

Bijlage 2.2.1 Zorgplicht in schema

Download deze bijlage als PDF:
233028_SWV R&G_bijlage 2.2.1 (1_zorgplicht) v5

d.d. 08-12-22

Zorgplicht in schema

233028_SWV R&G_bijlage 2.2.1 (zorgplicht) v5

Zorgplicht in schema – Verwijzingen vanuit het stroomschema

1 Aanmelding (basis)school

Ouders melden hun kind schriftelijk aan bij de school van voorkeur. De plaatsingsprocedure van de betreffende school is leidend. Om over te kunnen gaan tot toelating, plaatsing en inschrijving is voldaan aan de onderstaande voorwaarden:

  • Aanmelden kan vanaf de leeftijd van 3 jaar. Kinderen die jonger zijn, kunnen op een wachtlijst worden geplaatst.
  • Er is plaatsruimte op de school van aanmelding (de school is niet vol). • Ouders respecteren de grondslag van de school.
  • Bij aanmelding geven ouders de extra ondersteuningsbehoeften van hun kind aan, dan wel het vermoeden van extra ondersteuningsbehoeften.

Als ouders hun kind aanmelden bij het speciaal (basis) onderwijs dient de school dezelfde aanmeldprocedure te doorlopen als die voor het reguliere basisonderwijs, met dien verstande dat toelating, plaatsing en inschrijving alleen kan met een toelaatbaarheidsverklaring (TLV), afgegeven door het samenwerkingsverband voor respectievelijk sbo of so. Deze TLV wordt door de verwijzende basisschool aangevraagd.

Bij aanmelding door ouders vanuit een voorschoolse voorziening (eerste aanmelding) wordt de TLV aangevraagd door de gespecialiseerde school van aanmelding, o.a. op basis van het overdrachtsformulier van de voorschoolse voorziening. De gespecialiseerde school kan zonder een TLV geen toezegging doen van toelating, inschrijving en plaatsing.

2 Zorgplicht

Als een leerling voor het eerst wordt aangemeld bij een school (regulier of gespecialiseerd) en de inschatting wordt gemaakt dat de leerling extra onderwijsondersteuningsbehoeften heeft, dan geldt zorgplicht voor de school van aanmelding. Ouders geven bij aanmelding door of hun kind bij meerdere scholen is aangemeld. De school van voorkeur heeft zorgplicht. De zorgplicht geldt juridisch gezien voor het schoolbestuur. In praktijk vult de school van aanmelding de zorgplicht in. Als een leerling al staat ingeschreven op een basisschool, geldt de zorgplicht voor de verwijzende school.

Wanneer geldt de zorgplicht niet

Als de school waar het kind is aangemeld vol is. Dat moet dan wel voor alle leerlingen gelden. Scholen mogen bijvoorbeeld niet een aanmelding weigeren omdat ze teveel kinderen met een beperking binnen de school of klas hebben. De zorgplicht blijft in dat geval bij de verwijzende school en dit betekent o.a. het bieden van onderwijs aan de leerling die verwezen was en het zoeken naar een andere school. Bij aanmelding vanuit de onderinstroom heeft de school van aanmelding zorgplicht.

  • Indien de ouders weigeren de grondslag van de school te onderschrijven.
  • Wanneer leerlingen bijvoorbeeld een taalachterstand hebben en extra ondersteuning nodig hebben om die achterstand in te lopen. Voor de bestrijding van achterstanden zijn middelen beschikbaar bij de scholen en de gemeenten.
  • Bij aanmelding tot een instelling van cluster 1 of 2. Deze instellingen maken geen deel uit van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en hebben een eigen toelatingsprocedure.
  • Bij inschrijving op een ander niveau dan de oude school adviseert.

3 De school onderzoekt of extra ondersteuning nodig is

Om te onderzoeken of een leerling extra ondersteuning nodig heeft, gebruikt de school de verkregen informatie. Deze is afkomstig van de ouders, eventueel aangevuld met informatie van het kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal, de vorige school en/of andere deskundigen. De school schat op basis van de aanwezige informatie in of en zo ja welke extra ondersteuning de leerling nodig heeft. Dit doet een school op basis van de vier pijlers van de basisondersteuning (zie ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband ) en eigen kennis en ervaringen. Een school maakt de inschatting ook als de informatie beperkt is.

4 Extra informatie opvragen

De school kan aangeven dat aanvullend onderzoek door een psycholoog of een orthopedagoog gewenst is. Hiervoor is toestemming van ouders nodig. Ook kan de school aanvullende informatie opvragen bij de ouders of bij andere instanties. Voor het laatste geven de ouders vooraf toestemming. De periode van 6 weken wordt uitgebreid met de tijd die nodig is van het opvragen t/m het ontvangen van de extra informatie. Als deze aanvullende informatie niet beschikbaar is of komt, dan beoordeelt de school op basis van de informatie die er wél is.

5 Onderzoekstermijn voor de scholen

De onderzoekstermijn gaat in vanaf het moment dat de school de (schriftelijke) aanmelding van ouders heeft ontvangen. Dat is meestal op de datum dat de ouders het aanmeldingsformulier hebben ingevuld. Vervolgens heeft de school zes kalenderweken de tijd om te onderzoeken of de school van aanmelding een passend aanbod en een passende plek kan bieden voor deze leerling en zo nodig een andere passende school te vinden. Gedurende deze periode hoeft de school de leerling niet te plaatsen. Als de termijn van zes weken verstreken is en het onderzoek nog niet is afgerond, kan deze termijn met vier kalenderweken worden verlengd. Indien na 10 weken de onderzoeksperiode nog niet is afgerond dan is de school van aanmelding wettelijk verplicht om de leerling te plaatsen en in te schrijven. Indien na inschrijving en plaatsing blijkt dat de ondersteuningsbehoeften van de leerling niet kan worden beantwoord door de school, dan geldt voor hen de zorgplicht om een andere school te zoeken. Ouders worden (schriftelijk) op de hoogte gehouden over de voortgang, termijnen en besluitvorming. De afwegingen en genomen besluiten zijn daarbij voor ouders duidelijk en transparant.

6 Plaatsing van de leerling op een reguliere school van aanmelding

Indien tijdens de onderzoeksperiode blijkt dat de reguliere basisschool tegemoet kan komen aan de onderwijsondersteuningsbehoeften van de leerling, wordt de leerling geplaatst op de school van aanmelding.

7 Plaatsing van de leerling op een reguliere school van aanmelding met extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband

Indien tijdens de onderzoeksperiode blijkt dat de reguliere basisschool niet tegemoet kan komen aan de onderwijsondersteuningsbehoeften van de leerling, kan in overleg met ouders, school en de steunpuntcoördinator van het samenwerkingsverband extra ondersteuning worden aangevraagd voor expertise en/of fi nanciën en expertise. De leerling kan daarmee op de school van aanmelding worden geplaatst met extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.

8 Plaatsing van de leerling op een andere reguliere basisschool

Als de school van voorkeur niet tegemoet kan komen aan de onderwijsondersteuningsbehoeften van de leerling zoekt de school samen met haar schoolbestuur naar een andere reguliere basisschool binnen het bestuur of de regio (baobao- plaatsing). Het schoolbestuur kan zich laten ondersteunen door de steunpuntcoördinator van het samenwerkingsverband. De steunpuntcoördinator heeft inzicht in de schoolondersteuningsprofielen van alle scholen in de regio. Het zoeken naar een andere school gaat in samenspraak met ouders. De “nieuwe” school mag dezelfde procedure doorlopen als de eerste school, met dien verstande dat het binnen de onderzoekstermijn van de eerste school moet vallen. Dan geldt er een gedeelde zorgplicht. Als deze school aangeeft dat toelating, inschrijving en plaatsing mogelijk is, dan is het aan ouders om hun kind op die school in te schrijven. Pas op dat moment gaat de zorgplicht over naar de nieuwe school c.q. het nieuwe schoolbestuur. Als er meer scholen geschikt zijn, hebben ouders keuzevrijheid.

9 Plaatsing van de leerling op een school voor sbo of so met een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)

Indien tijdens de onderzoeksperiode blijkt dat de reguliere basisschool niet tegemoet kan komen aan de onderwijsondersteuningsbehoeften van het kind, kan plaatsing op het speciaal (basis) onderwijs worden overwogen. Toelating, plaatsing en inschrijving kan alleen met een toelaatbaarheidsverklaring (TLV), afgegeven door het samenwerkingsverband voor respectievelijk sbo of so.

Bij een eerste aanmelding kunnen ouders, op advies van de voorschoolse voorziening en zo mogelijk in afstemming met een contactpersoon jonge kind van het samenwerkingsverband, aanmelden op een gespecialiseerde school voor sbo en so. De school van aanmelding vraagt de TLV aan door het aanleveren van een dossier dat ten minste bestaat uit:

  • Aanvraagformulier TLV.
  • Overdrachtsformulier.
  • Aanvullende onderzoeksgegevens en gespreksverslagen (met ouders).
  • Bij voorkeur een beschrijving van de schoolondersteuningsbehoeften schoolondersteuningsbehoeften die door de betrokken contactpersoon jonge kind zijn benoemd.

Indien een leerling al is geplaatst in het onderwijs en wordt aangemeld bij het speciaal (basis)onderwijs, vraagt de verwijzende school de TLV aan. In overleg met ouders, school en steunpuntcoördinator wordt door de verwijzende school een toelaatbaarheidsverklaring aangevraagd bij het samenwerkingsverband. Deze TLV-aanvraag is compleet als er een of meerdere ondersteuningsteams (OT’s) hebben plaatsgevonden en de volgende documenten zijn ingediend:

  • Aanvraagformulier TLV.
  • OPP (ingevuld door verwijzende school o.b.v. de gegevens uit de onderzoeksperiode), waarbij het handelingsdeel is ondertekend door ouders.
  • Eventuele aanvullende gegevens zoals (psycho)diagnostische/ medische verslaglegging.

Route na het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)

Na een TLV aanvraag zijn er drie besluiten mogelijk:

  • De TLV wordt afgegeven; ouders melden hun kind aan bij de gespecialiseerde school voor sbo of so, de school doorloopt haar toelatingsprocedure en kan de leerling toelaten, plaatsen en inschrijven. Deze school neemt de zorgplicht over.
  • Het besluit tot het afgeven van een TLV wordt aangehouden. Dit gebeurt als het dossier niet compleet is, dan wel als er ondersteuningsmogelijkheden binnen het reguliere onderwijs worden gezien. De school van aanmelding behoudt de zorgplicht.
  • De TLV wordt niet toegekend. De verwijzende school behoudt de zorgplicht en vervolgt de weg naar een passende onderwijsplek. In het geval van onderinstroom ligt de zorgplicht bij de school van aanmelding. De steunpuntcoördinator kan ondersteunen in de vervolgroute.

Zijn ouders en/of school het niet eens met de beslissing van de TLV-commissie, dan kunnen zij binnen zes weken na afgifte van de TLV een bezwaar indienen bij de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband. Het bezwaar wordt bevestigd aan ouders door de secretaresse leerlingenzaken binnen 5 werkdagen. De directeur-bestuurder legt het bezwaar voor aan de bemiddelingscommissie van het samenwerkingsverband. Deze brengt na een gesprek een advies uit aan de directeur-bestuurder. Het besluit wordt gemeld aan de ouders en de school.

Houden ouders en/of school hierna bezwaar tegen het besluit, dan is er de mogelijkheid om formeel bezwaar in te dienen bij de Landelijke geschillencommissie via de directeur- bestuurder van het samenwerkingsverband. Alleen het samenwerkingsverband kan namelijk een bezwaar ter advies voorleggen bij de landelijke Geschillencommissie ² (niet ouders of schoolbestuur).

² www.onderwijsgeschillen.nl/commissie/geschillencommissiepassend-onderwijs-gpo

10 Verhuizen van een leerling met extra ondersteuningsbehoeften

Indien een leerling met extra ondersteuningsbehoeften verhuist naar een andere woonplaats, melden ouders hun kind schriftelijk aan bij een school van keuze volgens bovenstaande aanmeldingsprocedures en geven toestemming voor informatieoverdracht. De huidige en toekomstige school hebben daarop contact met elkaar voor (informatie)overdracht. De toekomstige school schat op basis hiervan in of zij de leerling de benodigde extra ondersteuning kunnen bieden.

De mogelijkheden binnen scholen en samenwerkingsverbanden kunnen verschillend zijn. Dit heeft te maken met de normen van basisondersteuning (vastgesteld in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband en de mogelijkheden van de school (vastgelegd in het schoolondersteuningsprofiel). Het is dus mogelijk dat de toekomstige school andere mogelijkheden heeft om onderwijsondersteuning te bieden. De vraag aan het samenwerkingsverband voor extra ondersteuning kan daardoor ook verschillen. In overleg met ouders, school en de steunpuntcoördinator van het samenwerkingsverband kan zo nodig extra ondersteuning worden aangevraagd middels expertise of middelen. Dit geldt dan als een plaatsing van de leerling op de school van aanmelding met extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.

Verhuizen met een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor het speciaal (basis) onderwijs

Als een leerling afkomstig van een reguliere school van een ander SWV verhuist naar het SWV Rijn & Gelderse Vallei, en plaatsing wil bij een s(b)o-school dan is het SWV waar de verwijzende school staat verantwoordelijk voor afgifte TLV en bekostiging van de s(b)o-plaats.

Als een leerling met een TLV sbo of so verhuist naar het SWV Rijn & Gelderse Vallei, en plaatsing wil bij een s(b)o-school dan is het SWV waar het kind vandaan komt verantwoordelijk voor afgifte en bekostiging TLV. Bij de eerste inschrijving is het samenwerkingsverband van de woonplaats van de leerling verantwoordelijk voor het afgeven van de TLV-bekostiging van de plaatsing. Ook als de leerling na de plaatsing verhuist.

N.B. Indien een leerling afkomstig is vanuit een cluster 1 of 2 instelling en plaatsing in s(b)o van SWV Rijn & Gelderse Vallei wordt aangevraagd middels een TLV, dan is de woonplaats van de leerling bepalend voor welk samenwerkingsverband dit moet afgeven.

Ondersteuningsplan

Dit schema zorgplicht is een bijlage van het ondersteuningsplan 2022-2026. In dit plan wordt uitgebreide toelichting gegeven over de wijze waarop het samenwerkingsverband passend onderwijs organiseert en onderwijsondersteuning inhoud geeft.

Basisondersteuning

Elke basisschool binnen het samenwerkingsverband biedt basisondersteuning. Hierdoor is het voor ouders inzichtelijk wat zij tenminste van de school mogen verwachten op het gebied van onderwijs en onderwijsondersteuning. Onderdeel van de basisondersteuning zijn preventieve en licht curatieve interventies. Het schoolbestuur en de schooldirecteur zijn verantwoordelijk voor de basisondersteuning. De basisondersteuning van een school staat beschreven in het schoolondersteuningsprofiel (SOP). Dit profiel is openbaar en inzichtelijk voor ouders.

Extra ondersteuning

Als de onderwijsbehoeften van een leerling de mogelijkheden van de basisondersteuning overstijgen, dan spreken we over extra onderwijsondersteuningsbehoeften. Om hieraan tegemoet te komen, beschrijft de school wat zij nodig heeft om het onderwijs voor de leerling(en) passend te maken.

Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP)

De school stelt een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op voor elke leerling die extra ondersteuning krijgt. Als de ondersteuning onder de basisondersteuning valt dan hoeft er geen OPP te worden opgesteld. Wat er onder basisondersteuning wordt verstaan staat beschreven in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband en in de schoolondersteuningsprofielen van de scholen die bij het samenwerkingsverband zijn aangesloten.

In het OPP staat in elk geval het verwachte uitstroomniveau van de leerling met onderbouwing en weergave van de belemmerende en bevorderende factoren en in het handelingsdeel een beschrijving van de te bieden ondersteuning en begeleiding en – indien aan de orde – de afwijkingen van het (reguliere) onderwijsprogramma. De school voert jaarlijks overleg met de ouders over het ontwikkelingsperspectief, zij ondertekenen het handelingsdeel voor akkoord.

 

Bijlage 2.3 Verzuimkaart bo

Download deze bijlage als PDF:
233028_SWV R&G_bijlage 2.3 v2.pdf

d.d. 08-12-22

Verzuimkaart BO

Leerplicht subregio Vallei (leerlingen 5 – 12 jaar)

Handleiding voor wettelijk en signaalverzuim

De verzuimkaart is een schematische weergave van de afspraken tussen onderwijs, hulpverlening en gemeenten over het melden van verzuim. Daarnaast zijn op hoofdlijnen de te ondernemen acties weergegeven van de school, afdeling Leerplicht en de hulpverlening.

Het recht op onderwijs is een grondrecht voor alle kinderen ze zich kunnen ontwikkelen tot mondige, zelfstandige volwassenen, voldoende toegerust om een baan te vinden.

Wanneer een kind 4 jaar wordt, dan màg het naar school. Vanaf de eerste dag van de maand na zijn vijfde verjaardag is een kind leerplichtig. Dan móet het kind naar school.

Aan het recht op onderwijs zijn duidelijke plichten verbonden; voor ouders of verzorgers, scholen en de gemeente. Zo is iedere ouder verplicht kinderen in te schrijven op een school en toe te zien op schoolbezoek. Scholen hebben een belangrijke (wettelijke) taak in het signaleren van verzuim. De gemeente houdt toezicht op de naleving van de Leerplichtwet. Vroegtijdig signaleren is van groot belang om verzuim te kunnen voorkomen of te beperken. Door de leerplichtambtenaar tijdig te informeren kan samen worden bepaald wat nodig is om het (mogelijk) verzuim op te heffen of te voorkomen. De afdelingen leerplicht van de regio Vallei (Barneveld, Ede, Veenendaal, Scherpenzeel, samenwerking met het onderwijs en de hulpverlening de verzuimkaart opgesteld.

 

Wettelijk verzuim

Omschrijving
School
Leerplicht
Absoluut verzuim Een leerling staat niet (meer) ingeschreven op een school • In- of uitschrijving binnen 7 dagen digitaal melden aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) • Bemiddelen/gesprek
• Proces verbaal opmaken
Relatief verzuim Elke dag of dagdeel verzuim (spijbelen) • Contact ouders opnemen over het verzuim
• Melden bij leerplichtambtenaar
• Ouders op de hoogte stellen van de melding.
• Start onderzoek > waarschuwen
Herhaling dag of dagdeel verzuim (spijbelen) • Melden bij leerplichtambtenaar
• Ouders op de hoogte stellen van de melding.
• Start onderzoek > ouders oproepen (evt. leerling ook, mits 12 jaar) voor een gesprek (kopie uitnodiging naar school)
•Zorgmelding/pv opmaken
Luxe verzuim Vrije dagen zonder toestemming van directeur of leerplichtambtenaar. • Melden bij leerplichtambtenaar
• Ouders op de hoogte stellen van de melding.
• Start onderzoek > Proces verbaal opmaken

 

Schorsing / verwijdering

Omschrijving
School
Schorsing Bevoegd gezag van een school kan, volgens protocol van de betreffende school, een leerling schorsen, voor een maximum periode van 5 dagen. • In gesprek gaan met ouders (volgens protocol school)
• Schriftelijk melden aan ouders
Langer dan 1 dag:
• Melden bij leerplichtambtenaar
• Melden bij onderwijsinspectie
Verwijdering Bevoegd gezag van een school kan, volgens protocol van de betreffende school, een leerling verwijderen als er sprake is van ernstige gedragsproblemen of indien de school de leerling onvoldoende begeleiding kan bieden om hem de (basis)kennis bij te brengen. • In gesprek gaan met ouders (volgens protocol school)
• Schriftelijk melden aan ouders
• Melden bij leerplichtambtenaar
• Melden bij onderwijsinspectie
• Passende school zoeken (binnen 8 weken) i.s.m.
• samenwerkingsverband

 

Te laat komen

Frequentie
School
Leerplicht
3 x te laat op school • In gesprek met ouders
4-9 x te laat op school • In gesprek met ouders en ouders op de hoogte stellen van melding
• Melden bij leerplichtambtenaar
• Waarschuwingsbrief naar ouders (kopie aan school)
• Melding opnemen in leerlingenadministratie
4-9 x te laat op school • In gesprek met ouders en ouders op de hoogte stellen van melding
• Melden bij leerplichtambtenaar, met daarbij een verzuimoverzicht en achtergrondinformatie
• Ouders oproepen voor een gesprek (kopie uitnodiging naar school)
• Formele waarschuwing of verwijzing zorg geven
• Afspraken terugkoppelen aan school
Bij herhaling • In gesprek met ouders en ouders op de hoogte stellen van melding
• Melden bij leerplichtambtenaar, met daarbij een verzuimoverzicht en achtergrondinformatie
• Ouders oproepen voor een gesprek (kopie uitnodiging naar school)
• Verwijzing zorg geven of proces-verbaal opmaken
• Afspraken terugkoppelen aan school

 

Ziekte

Frequentie
School
JGGD-JGZ/Leerplicht
• Elke ziekmelding • Ouders informeren school over aard van de ziekmelding
• >2 weken
• 5e ziekmelding in een schooljaar
• Leerling voldoet niet aan bovenstaande criteria maar ziekmelding is reden tot zorg
• In gesprek met ouders
• Aanmelden schoolarts
• Zo nodig aanmelden bij hulpverlening
Bij niet verschijnen bij hulpverlening:
• Melden bij leerplichtambtenaar
• Ouders op de hoogte stellen van melding bij leerplicht
• Hulpverlening neemt contact op met ouders/leerling en nodigt eventueel uit voor eengesprek.
• Hulpverlening koppelt afspraken terug aan school
Bij niet verschijnen hulpverlening:
• Hulpverlening koppelt terug aan school
• Leerplicht: indien nodig ouders/leerling oproepen voor een gesprek
• Leerplicht: koppelt afspraken terug naar school
• Bij ongeoorloofd ziekteverzuim volgt de reguliere procedure

 

Contactgegevens

Gemeente Ede, Veenendaal, Scherpenzeel, Renswoude en Rhenen
Centraal meldpunt leerplicht (te Veenendaal) info@leerlingenvallei.nl (0318) 538 94
Gemeente
Telefoon
Email
Bezoekadres
Lp Barneveld 14 0342 (netnummer niet nodig) of (0342) 495 902 leerplicht@barneveld.nl Raadhuisplein 2, 3771 ER Barneveld
Lp Nijkerk 14033 (netnummer niet nodig) of 06-25080544 leerplicht@nijkerk.eu Kolkstraat 27, 3861 AK Nijkerk
Lp Wageningen (0317) 49 29 11 leerplicht@wageningen.nl Olympiaplein 1, 6707 EN Wageningen

 

d.d. 08-12-22

Bijlage 2.4.1 Escalatieladder

Download deze bijlage als PDF:
213216_SWV-RG_bijlage-2.4.1-v2.pdf

Vastgesteld document
ALV Vaststelling d.d. 27-01-2022

ESCALATIELADDER SWV Rijn & Gelderse Vallei

INFORMATIE

  • Juni 2016: Partijen ondertekenen het Thuiszitterspact (OC&W, VWS, Justitie en Veiligheid, PORaad, O-raad, VNG. Onderdeel is de zogenoemde “doorzettingsmacht”. Bij “dreigend” thuiszitten, moeten gemeenten en samenwerkingsverbanden afspreken welke partij/persoon bepaalt welke onderwijsplek/zorgplek voor het kind passend is.
  • Regeerakkoord 2017-2021 meldt: Ambitie is het aantal thuiszitters fors te beperken en verzuim eerder signaleren en aanpakken. Alle samenwerkingsverbanden zullen daartoe een wettelijk verplichte doorzettingsmacht beleggen.
  • November 2018: Ministers voor Onderwijs en Volksgezondheid verspreiden de zogenaamde “Onderwijs en Zorg”-brief met een aantal maatregelen, waaronder:
    “Maatregel 7: Invoeren wettelijke doorzettingsmacht in onderwijs en verbinding met de doorzettingsmacht in de jeugdhulp
    Het wettelijk regelen dat de doorzettingsmacht belegd is, neemt niet weg dat ook ouders nog met het aanbod moeten instemmen. Degene met doorzettingsmacht kan zich inzetten om ouders aan boord te houden en een beroep

(ONGEWENSTE) SITUATIES EN DE ESCALATIELADDER

Voordat de escalatieladder wordt ingezet, doorlopen scholen/schoolbesturen een proces. In dit proces zijn betrokken partijen al veelvuldig met elkaar in overleg geweest en is afstemming gezocht. De samenwerking en afstemming verloopt in de meeste gevallen naar wens, waardoor het inzetten van de escalatieladder niet nodig is.
Slechts in enkele gevallen kan het nodig zijn gebruik te maken van de escalatieladder. Deze situaties kunnen zijn:

  1. De basiskwaliteit en/of basisondersteuning is bij een van de scholen niet op het gewenste niveau (een of meerdere jaren). Dit wordt vastgesteld door het schoolbestuur zelf, de Inspectie en/of de Steunpuntcoördinator.
  2. De schooldirecteur/het schoolbestuur handelt (bij herhaling) niet conform de Zorgplicht.
  3. De schooldirecteur/het schoolbestuur handelt niet conform de wetgeving m.b.t. thuiszitters.
  4. Het schoolbestuur ontvangt in november van ieder jaar de vraag om de verantwoording over het afgelopen jaar aan te leveren. Het schoolbestuur blijft in gebreke met het aanleveren (niet of herhaalde malen te laat) en/of de inhoud is ondeugdelijk.
  5. Het schoolbestuur neemt niet de verantwoordelijkheid bij een tijdelijke uitplaatsing van een leerling (zie ARRANGEMENTEN SWV)
  6. Het schoolbestuur blijkt de ondersteuningsmiddelen niet in te zetten, conform de bedoeling en doelstellingen van het ondersteuningsplan.

ARRANGEMENTEN SWV

In ons SWV kennen we verschillende arrangementen waarbij de lengte bepalend is voor al dan niet inschrijving in een andere school (c.q. ander schoolbestuur).

  1. time-out (maximaal 3 maanden);
  2. observatie (maximaal 3 maanden);
  3. onderzoeksperiode (maximaal 6 weken).
  4. langdurige observatie (langer dan 3 maanden)
  5. observatie & adviesgroep beleid leerlingen die hoogbegaafd zijn (circa 1 schooljaar)

Inschrijving arrangement en verantwoordelijkheid schoolbestuur

  • Een leerling die tijdelijk geplaatst (tot maximaal 3 maanden) wordt in een andere school, blijft ingeschreven én onder verantwoordelijkheid van het verwijzende schoolbestuur.
  • Een leerling die meer langdurig geplaatst wordt in een andere school, wordt weliswaar ingeschreven bij de nieuwe school, maar ook dan blijft de leerling onder verantwoordelijkheid bij het verwijzende schoolbestuur (bijvoorbeeld observatie & adviesgroep)

Plan van aanpak

Indien een leerling wordt geplaatst in een andere school gaat dit altijd vergezeld met een plan van aanpak, waarin beschreven is:

  • doel;
  • ondersteuningsbehoefte leerling;
  • duur van de plaatsing;
  • communicatieafspraken

ESCALATIELADDER: STAPPEN

  1. Functionaris SWV ¹ signaleert dat er sprake is van een (ongewenste) situatie waarover een vervolggesprek nodig is. Dit gesprek wordt gepland met schooldirecteur en/of schoolbestuur en functionaris SWV.
  2. In het gesprek wordt informatie uitgewisseld over de (ongewenste) situatie.
  3. Indien mogelijk worden er afspraken gemaakt om de gewenste situatie te behalen.
  4. Bij blijvende signalen en/of in gebreke blijven (i.r.t. genoemde situaties onder a. t/m d.) meldt de functionaris SWV de (ongewenste) situatie aan de directeur-bestuurder van het SWV.
  5. De directeur-bestuurder treedt in overleg met het schoolbestuur en het vervolg wordt – waar mogelijk – samen bepaald. Het vervolg kan zijn:
    • een plan waarin afspraken staan, wie, hoe en voor wanneer gewenste situatie bereikt wordt;
    • het verlenen van dispensatie;
    • het inzetten van een interventie.
  6. Alvorens de directeur-bestuurder interventies uitvoert, legt deze de situatie en de voorgestelde interventie voor aan de Raad van Toezicht. Deze toetst op het proces en marginaal op de inhoud.

¹ Over het algemeen is dit de steunpuntcoördinator